De evolutie van de mens is evneens de evolutie van zijn primaire behoudshandelingen,het voornaamste daarvan is zeker het verwerven van voedsel.
Wat dit betreft gaat de evolutie van de zogezegde wilde vruchten en zaden naar de granen die een hogere voedingswaarde bezaten,die wintervast waren,en konden worden verwerkt om ze langere tijd te bewaren.
Het aanleggen van een voorraad werd een voornaamste doel van het menselijk streven.En de belangrijkste voedingsvoorraden werden granen en zaden.
Deze moesten echter worden gemalen,de maalstenen evolueren van gewone stenen om graan te verbrijzelen,te pletten, te malen,over de brede serie maalstenen van ronde vorm,tot de huidige industriele maalderijen.
Daar waar de eerste drijfkracht de mensenhand was werd door toeval of welbewust het dier ingespannen.Weer later werd deze kracht bekomen door de natuurelementen te benutten,zoals water en wind.In beekrijke streken met voldoende stroming of verval werd de watermolen bedacht,in verschillende soorten,terwijl in andere gebieden deze kracht werd geput uit de wind,met ook diverse oplossingen.
De windmolens in onze gewesten,veel later gebouwd,hebben een speciale evolutie doorgemaakt,van houten kastmolens tot bergmolens of gemetselde molens.De watermolens zijn van houten kasten ook geevoleerd naar gemetselde gebouwen.
Beide types,water-en windmolens,hebben een zeer voorname rol gespeeld tot in het eerste kwartaal van de 20ste eeuw,alhoewel hun drijfkracht toen reeds werd voortgebracht door de verbrandingsmotor(vuurmolen) of de elektrische motor.
Door de industriele revolutie van de 19de eeuw en 20ste eeuw,door de explosie van nieuwe technieken en opvattingen op gebied van menagement, zijn de molens,de een na de andere,het slachtoffer geworden van deze tijd en stilaan verlaten en vervallen.

De molen,verwezenlijking van het menselijk vernuft,is een zeer belangrijk element geweest in de voedingverwerkende industrie,in de drijfkracht voortbrengende sector,en in de pre-industriele periode.Men denke maar aan olie,het graan,men bestudeerde de weefgetouwen aangesloten op molenkracht - de leerlooierijen - zagerijen - ertspletterijen, enz...
Sociaal bekeken waren de molens en hun uitbaters, door hun funktie fundamenten in het ekonomisch- en sociologisch maatschappijbestel.
Niet alleen om de menselijke kontakten die zij bewerkstelligden tussen de leden van een zelfde gemeenschap,maar ook door hun hierarchische binding op ekonomische basis zowel met de wereldlijke als met de geestelijke machthebbers,waarvan ze rechtstreeks afhankelijk waren.
Iedereen moest naar de banmolen(verplicht gebruik maken van de molen) om te malen voor mens en dierMaar tevens moest iedereen daarvoor belasting betalen.Deze tegenprestatie geheven eerst in natura en later in geld,heeft nogal wat strubbelingen veroorzaakt,zodat de molenaar in de volksmond niet zo gunstig aangeschreven stond.
De molenaar had een dubbele funktie:enerzijds was hij dienstverlener in zijn gemeenschap en anderzijds zorgde hij voor het inkomen van zijn heer.
Vertrouwensman van zijn heer, en onmisbaar voor het volk,steeg zijn maatschappelijke en financiele positie aanzienlijk.Zijn status werd er een van ««zijn»» en van ««bezit »»
De molens evolueerden zo naar de préindustrialisatie, waarin, molen-woning-bedrijf,en nevenbedrijven zoals landbouw en veeteelt,zichzelf aanvulden en een bestaanszekerheid vormden.
Men kan de evolutie volgen van olieslagmolen (licht,voeding) tot graanmolen (diverse meelsoorten voor brood): van schorsmolen (leerlooierijen) naar volmolen (weverijen) van zaagmolen (houtbewerking) tot ertsmolen (metaalverwerking) enz...Hun rol werd door de industrie overgenomen in de 19de eeuw.


WATERMOLENS

Naargelang techniek en bouwwijze,kunnen watermolens verdeeld worden in:
1. Bovenslagmolen met spaarvijver (water word opgespaard en valt op het rad)
2. Middenslagmolen (beek wordt spaarbekken en water spuit midden op het rad)
3. Onderslagmolen (water spuit onderaan het rad)
4. Turbinemolen (rad horizontaal in het water)
Verder kan er nog een verdeling gemaakt worden volgens het molenrad:houten raderen,metalen raderen of gemengde raderen verschillende voorbeelden kunnen hierbij aangehaald worden.

WINDMOLENS

Bij de windmolens moet men rekening houden met twee soorten molens: de houten en de stenen molens.Verder met de funktie van de molens; om water te verwerken of om graan te malen.Dit laatste evenwel meestal in noord-Nederland en rond de polders.Wat de bouwwijze betreft kunnen de korenmolens geklasseerd worden onder:
1.standermolens (op een steunpaal op vier blokken) die open,halfgesloten of gesloten kunnen zijn.Men noemt ze ook staakmolens of kastmolens (standardkast)
2.achtkantige molens op stenen onderbouw.
3.stellingmolens hout of metselwerk.
4.zeskantige bergmolens in hout of beltmolens genoemd.
5.ronde stenen bergmolens (bovenkruier).
6.grondzeilers in baksteen of in hout (soms de vorm van een peperbus).
7.paltrokmolen in Nederland als houtzaagmolen.

  VOOR DE POLDERS

Al deze molens dienden om het polderwater op te halen voor droogzuiging van het verzonken land.
1.ronde stenen poldermolen.
2.wipmolen in hout (vorm van een kleine standardmolen geheel naar de wind
3.achtkantige poldermolenkop naar de wind.
4.tjaskerFriesland,ook vijzelmolen genoemd.
5.weide of staartmolentje.

BUITEN DE MOLEN

Bovenslag,onderslag,middenslag,turbinemolens.
Schoepenrad  met alpen of tobben
Hoofdas  molenboom-spaken-armen-ijzerenbanden-veiling-pan (kussen)-puif-stoel-stijlen-stoelbalken.
Voorslag  sluis-sluisbalk-sluisstijlen-angen-rijzen en dalen-sluisijzer-winde-hefboom-handboom-plankenvloer.
maalsluis   ( kleine sluis) dorpel-schietzolder.
grondsluis   (grote sluis) steigeren-pegel(peil)
achtersluis  kolk-kanel-baard-hals-bal.

BINNEN DE MOLEN

Drijfwerk-molenboom-as-pan (kassei)-maalstoel-groot vertikaal kamrad-kammen-spillen-rondsel-horizontaal kroonrad-rondsel (ritsel)-vertikale as (staakijzer) -
Maalgang-stenen-ligger-loper-rijn (dester) -bus.
Op steek staan (kammen en spillen passen) door de vang zijn enz...staakijzer-lichten-hefboom-ketting-gewicht (lichter malen) -kuip-deksel-tremel (kaar) -vaten-schudbakje(truchel)-speelman-zot.Scherpen-maalgroeven-panden (perken) -zwaaischerpsel-mal-natuursteen-kunststeen-openbreken-kraan-gang-billen-scherphamers en pikbil (puntbil) zaktrekker-luiknecht.
Molenaar-molder-slagmolen-maalmoleder-vaarmolder-molenkar-melos-molenaresse.


Molens,'t zie u geerne,als spoken hoog uw armen opgestoken,rijzen boven heg en kant,en in 't rozig morgenkrieken met uw wieken staan te wenken op het land.
Huilt de storm rond kap en daken dat gebint en balken kraken,dat ge zucht en kreunt van wee;sterk en vast op uwe schoren,maalt gr t' koren,voedzaam brood voor mensch en vee.
Blijft nog vele,vele jaren trotsend stormen en gevaren,draaien achter heg en kant,boven onze korengouwen,ouwe,touwe molens van het Vlaamsche land.
Heere,laat de winden waaien; zegen 't werk van hen die zaaien dat zij oogsten 't gouden graan schenk de molens voorraad immer dat ze nimmer stil en werkloos moeten staan.
Schoon is 't in het schemergrijzen uw gevaarten te zien rijzen tegen 't gouden avondzicht, als ze roerloos in de verte staan,als zwarte reuzenkruisen,rood omlicht.
Vier oude wijven ze knorren en ze kijven ze lopen elkander achter aan geen een die d' andere krijgen kan wie zijn dat dan?.